Voorlopig einde

“Zeg nooit nooit”

Het collectief houdt (voorlopig) op te bestaan.
Wij willen iedereen hartelijk bedanken voor het support en het vrijwillig meedoen aan de opdrachten! Bijna een jaar hebben wij genoten van uw creativiteit!
Misschien komen er in de toekomst nieuwe impulsen.
De site blijft als zodanig nog in de lucht.
Wij wensen u veel succes met het schrijven. En…. vooral doorgaan!

Tot ziens,
Aefke, Greetje, Jan en Jacqueline

4 May 2008
By on 07:16
Opdracht Fantasyworld: 5. Het consult

Op de valreep nog een inzending, en nu echt de laatste!!!

Ze deed de blinddoek af en haar ogen open en wist even niet waar ze was. De kamer was in het halfduister gehuld. Voor haar flikkerde de kaarsenvlammetjes op de zilveren kandelaars. Langzaam drong het tot haar door dat ze zich in een hele grote ruimte bevond. Ze zat op een stevige met fluweel bekleedde stoel, aan een lange gepolijste houten tafel. De tafel was voor vier personen gedekt met bloemetjes servies en zilveren bestek.
Er klonk een bel en 3 mensen kwamen binnen. Voorop liep een lange blonde vrouw gehuld in een zwarte met sterren borduurde kimono. Na haar liepen twee wonderlijk geklede jongens de kamer binnen. Johanna dacht dat het misdienaren waren, aan hun kleding te zien. Eentje droeg een blaadje met daarop een zilveren bakje met kwast en de ander had een zilveren wierookbrander in zijn hand. Het dienblaadje werd op een buffetkast gezet en daarna liepen de jongens door de ruimte met de wierookbrander en de kwast, al zwaaiend en prevelend.
Ze verwonderde zich nergens meer over. De dag was begonnen met een witte brief zonder postzegel op de deurmat. Er zat een aanvraag in voor een consult. Als ze akkoord ging werd ze om 5 uur opgehaald door een geblindeerde limousine die haar, ergens in Nederland, zou afzetten op een geheime plaats waar het consult zou plaats vinden. Als bekend medium was ze wel gewend aan rare dingen, dus dit was geen uitzondering. Ze had het sms-je met dat ze akkoord ging gelijk verstuurd.
Nadat de kamer gezuiverd was, verdwenen de acolieten. De vrouw in de kimono nam plaats aan de overkant van de tafel. Ze knikte Johanna vriendelijk toe en zei met gedempte stem,” Ik ben blij dat je er bent. Je kan beginnen met je consult.”
Johanna nam de vrouw eens goed op en zag een betrokken gezicht met een verwarde bos blonde krullen die haar hoofd omlijstte.” Wat wil je weten,” vroeg ze zachtjes
“Alles, wat je kunt vertellen,” was het antwoord
Johanna keek nog eens goed en stemde zich op de vrouw af. Aanvankelijk gebeurde er niets, maar even later voelde ze hoe een vreemde energie zich om haar heen wikkelde. Heel even voelde het vervelend aan, maar Johanna was er aan gewend en stelde zichzelf nog verder open. Direct begonnen de beelden langs haar innerlijk oog te schieten, te snel om te volgen, tot er één beeld bleef stilstaan. Het was een lange man in een zwart pak, hij haalde een sigaar tevoorschijn en nodigde Johanna uit om hem te volgen, daarna wist ze niets meer.
Langzaam werd ze zich weer bewust van haar omgeving. Er stond een bord dampende kippensoep voor haar. Ze had best wel trek. Ze keek naar de overkant, de blonde vrouw was in tranen. Johanna hoopte dat ze haar antwoorden had gekregen, deze keer had ze er weinig invloed op kunnen uitoefenen. Dat was het nadeel van mediumschap, je raakte snel de controle kwijt. Ze voelde vlug in haar tasje, en zette de voice-recorder uit.

Alice

2 May 2008
By on 22:27
Opdracht Fantasyworld: 4. De erfzonde

Mijn oogleden voelen ongewoon zwaar aan. Ik trek langzaam mijn wenkbrauwen omhoog in een poging het openen van mijn ogen te vergemakkelijken. Lig ik op een bed? Ik voel een katoenachtige stof tegen mijn wang. De ondergrond is hard. Ik haal diep adem en open mijn ogen die meteen onrustig heen en weer rollen. Voor mij. Glanzend in de aura van het kaarslicht, een wijnglas naast een gevouwen servet. Schuin omhoog. Een schilderij met gouden lijst. Onder mij. Wit. Roze vingertoppen. Ik til mijn hoofd in een ruk omhoog en strijk verdwaasd met mijn vingers over het smetteloze tafellaken. Geen bed, maar een tafel. Een gedekte tafel. Drie lege stoelen. Mijn hoofd bonkt. Ik plaats mijn hoofd in de kom van mijn handen en steun moeizaam op mijn ellebogen.

“Goedenavond, je bent er al! Wat fijn dat je kon komen!” Ik kijk verschrikt op. Een donker silhouet verschijnt aan de deuropening. De schim staat even stil alsof hij aarzelt en komt dan verder. Het is een vrouw. Ze pakt een waterkruik en schenkt een bodempje water in een wijnglas. ‘’Hier drink wat’’ zegt ze. Mijn lippen gaan van elkaar, maar er komt geen geluid uit. Ik voel mijn hete adem ontsnappen. Mijn ogen lopen vol. Ik knijp mijn oogleden op elkaar en pers het water uit mijn ogen. De vrouw zit tegenover mij. Ze glimlacht koeltjes.

Haar glimlach verdwijnt in een lege blik. Paniek welt op in mijn binnenste. Wie is dit? Verbouwereerd kijk ik de vrouw aan. Prompt staat ze op, kijkt me nog even gelaten aan en loopt terug naar de deur. ‘‘Ik had gewild dat het anders kon’’ mompelt ze en verdwijnt in de duisternis. Vervolgens komen er enkele mensen achtereen de kamer binnen. Samen met dezelfde vrouw volgen er nog drie anderen. Ze laat ze binnen en sluit dan zacht de deur achter hen. Wie zijn deze mensen en wat willen ze van mij?

Schoorvoetend wordt er plaats genomen aan de tafel. Een naast mij. Haar gezicht is half verborgen achter springerige lokken zwart haar. Met een beweging haalt ze het haar uit haar gezicht en kijkt me aan. Rode gloed flikkert dreigend haar gelaat. Dat gezicht. Haar aanblik doet me huiveren. Ik voel mijn huid samentrekken in een koude rilling en het wit van mijn ogen groeit.Verbijsterd staar ik deze vrouw aan. Het lijkt een eeuwigheid te duren. De anderen, ze ontwijken mijn zoekende blik en toch.. Plots ontmoeten ook hun ogen de mijne. Het volgende moment vervult me met afgrijzen. Ik sta op en deins geschrokken achteruit. Mijn stoel raakt met een doffe klap de grond. Ik bal mijn klamme handen tot verkrampte vuisten in een poging mijn trillende ledematen te controleren. ‘‘Alle goden!’’ ‘‘Wat is hier de bedoeling van?!’’ roep ik wanhopig uit. Een verlammende sensatie trekt gestaag door mijn lichaam alsof beton door mijn aderen stroomt en langzaam opstijft. Ik voel mijn benen niet. Naalden prikken in mijn gezicht. Ineens word ik opgeslokt door het zwart en voel niks meer. Wordt vervolgd.

Saskia

note: dit is de laatste alweer! Alle schrijvers hartelijk dank! Het collectief houdt vakantiereces. Updates na 6 mei.
Fijne weken!

25 April 2008
By on 08:42
Opdracht Fantasyworld: 3. Collecte

Het was de rolstoel die me afleidde. Die leek een beetje té. Slecht scenario. In een B-film zou hij er een rollende R bij hebben gehad.
“Ja, “zei ik. “Ik ben er. Al weet ik niet waarom.”
Hij lachte luid en trok een pakje sigaretten uit het zwarte colbert. Stak er een in zijn mondhoek en gaf zichzelf vuur.
Ik weigerde.
“Laat me het je uitleggen.” Hij stopte het pakje weer weg. Blauwgrijze ogen fixeerden de mijne. “We hebben het eerst geprobeerd via de normale weg. Zodat je mee zou kunnen werken. Er is er zelfs iemand van ons nog bij je aan de deur geweest om het te vragen.”
Ik was misselijk. De rook stonk, ik voelde me flauw. Ik moest lang niet gegeten hebben. Was ik bedwelmd geweest?
“Om wat te vragen?”
“Of je het aan ons wilde overdragen.”
Ik staarde hem aan. “Wat bedoel je?”
“Jij hebt iets dat aan ons toebehoort.”
Krankzinnig. Ik had niets. Niet eens genoeg om van te leven. Mijn studiefinanciering ging elke maand op aan drank en weed, en als ik het te erg vond worden ging ik een zaterdag naar mijn moeder, die me bijvoerde en me naar de badkamer stuurde. “En je mag ook weleens naar de kapper trouwens.”
Achter de rook keek het blauwgrijs me aan. Ik was niet eens bang, dat was het gekke. Ik vond hem niet eng, met zijn lamme benen en dat ronde brilletje. En toch had hij ervoor gezorgd dat ik hier zat nu. Op een stoel aan dit donkerbruine tafeltje in een verder leeg restaurant. Wie had de kaarsen aangestoken? Me hierneer gezet? En waarom was ik godverdorie niet omgevallen?
“Ik kan me niet herinneren dat er iemand aan de deur geweest is om ergens om te vragen!” En reken maar dat ik dat geweten zou hebben.
Hij zoog. “Hartstichting? Collecte? Paar weken geleden?”
“Collecte? Man, ik woon driehoog.”
Mijn blik dwaalde af naar de rij flessen boven de bar. Ondersteboven hingen ze. Ik hoefde er maar met mijn bek onder te gaan hangen en het zou er zo in stromen. Als ik ooit een bijbaantje wilde zou ik bartender worden, ik wist het ineens.
De bel die eerder de komst van mijn metgezel had aangekondigd, ging opnieuw.
“Ah, daar zul je ze hebben.” Tevreden gooide hij zijn peuk op de planken vloer en draaide met zijn handen de rolstoel.
Twee sterke kerels.
Een bleef achteraf staan, de ander, blonde krullen, schudde de rolstoelman de hand. “Is ze al op de hoogte?”
“Zo goed als.”
“Op de hoogte waarvan?” Schril. Het was niet grappig meer nu. Ik wilde naar huis, een boterham. Konden we gaan?
“We hebben het nodig, weet je,” zei de rolstoel. “Ik denk dat als je dat begrijpt, je wel zult meewerken.”
Mijn misselijkheid begon zich naar boven te werken, ik voelde het zuur al in mijn keelgat.
“Wát hebben jullie nodig?”
“Je hart.”
En heel rustig haalde de krullenbol iets uit zijn binnenzak.

Greetje

24 April 2008
By on 05:05
Opdracht Fantasyworld: 2. Troost

Wat raar, ik ben in een ruimte die ik niet herken, die ik nog nooit gezien heb. En toch, toch voel ik me niet angstig of opgewonden. Ik voel me eigenlijk vrij relaxed. Wat raar! Het is de sfeer in de ruimte, die voelt prima. Goed, sereen. Ja, sereen zo voelt het. Ik voel me prima op mijn gemak.

De muren zijn zachtgeel, maar wat voor materiaal het is, ik heb werkelijk geen idee. Er zijn geen ramen, maar dat beangstigt me niet. Tegenover me bevindt zich een deur, die eigenlijk geen deur is, het lijkt een soort van pulserend gat te zijn, dat gat straalt kracht en leven uit. Ik voel me waarlijk goed.

Op de tafel staan schalen met allerlei vreemde substanties in ongelooflijke kleurcombinaties en twee kandelaars met een soort lampen erin. Ik weet me ongelooflijk op mijn plek hier! Ik hoor ergens buiten de ruimte een bel rinkelen en niet veel later verschijnt er door de deur die eigenlijk geen deur is een iets.

Een iets, ja, dat is het goede woord. Het is geen én toch weer wel een mens. Het heeft de gestalte van een mens, alhoewel wel wat klein, en is gehuld in een lichtgroen gewaad dat de gehele romp, armen en benen bedekt. Het gezicht, want zo kan ik het toch wel noemen, is vrouwelijk noch mannelijk. Kleurloos, maar dat klopt niet, want ik zie kleur, maar kan die kleur geen naam geven. Het gezicht heeft zachte ogen en een mond, maar geen neus, oren en haren. Het hoofd lijkt licht te geven. Hij, zij, het, wat het ook is, het straalt een immense rust uit.

‘Goedenavond, je bent er al! Wat fijn dat je kon komen!’ zegt de gestalte. ‘Welkom, welkom in jouw nieuwe wereld. Ik kan me voorstellen dat je enigszins beduusd bent door wat je nu overkomt, maar geloof me, dit is het beste wat je ooit overkomen is. In deze kamer zul je nog wat herinneringen hebben aan waar je vandaan komt, als we straks, na de troost, naar de toekomst stappen, dan laat je al je ballast achter. Je zult niet gekweld worden door herinneringen, door wat je achterliet, geen spijt voelen, geen pijn.’

‘Zo meteen gaan we troost bereiden.’ De gestalte knikt naar de tafel. ‘Die troost zal door jouw persoonlijke boodschappers bezorgd worden bij de mensen die je achter moest laten. De troost die jij gaat maken zal hen door moeilijke tijden helpen. Troost maken we van liefde, dat ligt op deze schaal, en verder hebben we compassie, goede herinneringen, humor, waarlijke vriendelijkheid, moed en op dit kleine schaaltje ligt een heleboel kracht. Oh, kijk ‘ns aan je helpers zijn gearriveerd!’

De gestalte draait zich naar de deur die eigenlijk geen deur is. Ik zie ze binnenkomen, mijn vader, moeder en middelste zusje, geen spat veranderd sinds ik hen voor het laatst zag. Ze zien er heel goed uit, vitaal, blakend van gezondheid. ‘Dag lieverd’, zegt moeder ‘Fijn dat je er bent’. Ik voel dat ik thuis ben.

Toaske

23 April 2008
By on 07:20
Opdracht Fantasyworld: 1. Goddelijke gespletenheid

Flikkerend schaduwen, dansend op de muur. Bewegende, muterende muren, of beweeg ik? Onder mijn handen voelt het glad. Bordeauxrood lijkt als bloed vanuit mijn handpalmen over het tafelblad te lopen. Flikkerend, flakkerend bloed ik leeg, een irritante bel rinkelt in mijn oren.
Geen geluid, geen beweging. Ik wil, maar kan het niet. Verstild blijf ik staren naar de borden, glazen, driedelig bestek en het tafellaken. Alles in vieren, behalve het laken, het bordeauxrode doorweekte tafellaken. Twee vlammende kaarsen voorzien in licht. Waar ben ik in Godsnaam?
Dan stopt het gerinkel en valt mijn blik op de deur. Opeens, een gapend gat vol duisternis. Een zucht wind kust mijn wangen, gevolgd door de donkere gestalte die mij deze kus geeft. Hoog torent hij daarboven. Eén, twee passen, mijn kin in de lucht. De zwarte cape verhult zijn gezicht. Is er wel een gezicht? Ben ik er nog wel?
Hij zet zich neer, in stilte, een zwijgzame donkere rots en slaat zijn cape terug. Koude ogen, in een wit gezicht.
Humbug, denk ik. Het is allemaal humbug. Alleen, ik ben geen Scrooge en bij mijn weten is kerst nog maanden ver verwijderd van waar ik nu ben. Een plek die ik niet ken.
Als hij zijn mes pakt kan ik alleen maar toekijken. Dan in mijn ooghoek plotseling het rode haar, zwevend aan mijn linkerkant. Waar was zij eerder?
Het mes lijkt me aan te kijken terwijl het langs mij glijdt. Glad, arrogant, glanzend. Fucking glad! Haar mond wijd open, bijna verbaast. Net als haar ogen, bruine kijkers met in zich de angst reflecterend als koplampen in het donker. Wijder dan de oceaan. Geen kans om te gillen. Alleen het begin, de aanzet, is te horen. De aanloop naar bevrijding.
Bevrijd mij uit deze kamer, uit dit licht, deze aanwezigheid. Alles is een illusie, net als de droom dat ik ooit terug kan keren. Ik haat die gillende, schreeuwende, verwijten van stemmen die zich hebben genesteld in de schijnbare veiligheid van mijn hoofd. Alwetendheid ten top. Altijd daar, altijd aanwezig. Met mij als onvrijwillige gastvrouw.
Mijn hoofd lijkt uiteen te splijten, voorlopend op dat van haar. De rode zee, simsalabim. Spattende spetters naar binnen en dan de rust ondersteund door mijn stilte. Verbijsterende stilte, samensmeltend met haar zwijgende lijden, gevolgd door de onvermijdelijke verlossing als het mes trillend zijn plaats vind in haar voorhoofd.
Een schijnbaar vertraagde tragedie, die zich voor mijn ogen afspeelt. Mijn rug gestrekt, de hoop te kunnen verdwijnen als een oplaaiend vuur in mijn buik. Een rode, groeiende ballon.
‘God’ gaat weer zitten en zwijgt. Beheerst, altijd beheerst. Hij eet verder, zijn plotseling verschenen biefstuk snijdend met het mes dat hij weer heeft teruggetrokken uit haar voorhoofd.
Terwijl zijn vork in zijn mond verdwijnt, zie ik de malende beweging. Haar lichaam glijdend van de stoel. Angst besloten in die laatste blik.
Een snerpend, schril geluid vult de kamer. Gruwelijk hard. Vlak voor de duisternis mijn gedachten verneveld, besef ik dat ik het ben. Eindelijk. Dan wordt alles stil…

Natasza Tardio – 08 april 2008 (500 woorden)

21 April 2008
By on 09:24
Nieuwe opdracht: Fantasyworld

Nieuwe opdracht: Fantasyworld

Tafelklein

Met de volgende opdracht vragen we je om diep in je fantasiewereld te duiken! Schraap elk hoekje uit, sluit je ogen en laat dromen, angsten en verlangens tot leven komen!

Stel:

Je wordt wakker in een ruimte, die je nog nooit gezien hebt. Je zit aan een gedekte tafel voor vier personen. Het licht is gedempt: er branden twee kandelaars op tafel.
Je hoort een bel rinkelen. De deur gaat open. Er komt een onbekende persoon binnen.
“Goedenavond, je bent er al! Wat fijn dat je kon komen!”

Opdracht:

1) beschrijf wat je ziet als je de ogen opent.
2) schrijf vervolgens de ontwikkeling van het gebeuren vanaf het moment dat de onbekende de kamer betreedt.

Verwerk dit in een vloeiend verhaal van maximaal 500 woorden.

Graag mailen vóór 20 april!
o.v.v titel en naam

De verhalen worden geplaatst in volgorde van binnenkomst.

Het eerste verhaal gaat online!!!!!

6 April 2008
By on 07:12
Ze winners aar:

De jury is eruit. De BRONZEN FLAP gaat naar Frans54 met De kunstenaar, de ZILVEREN FLAP is voor Lila met SX7 versie 8.0 en de  GOUDEN FLAP is gewonnen door Bettie Bloem met Tot in de hemel liefste!

Proficiat winnaars!

28 March 2008
By on 16:31
Juryberaad

Kwantitatief viel het een beetje tegen, maar kwalitatief…. wow! We kregen prachtige achterflapteksten. Dank en hulde voor de deelnemers! De jury trekt zich nu terug. Binnenkort wordt de winnaar van de GOUDEN FLAP 2008 hier bekendgemaakt.

26 March 2008
By on 08:45
Inzendingen Gouden Flap (9)

inzending voor de GOUDEN FLAP 2008, van Bettie Bloem, die niet alleen een achter- maar ook een vóórflap instuurde.
 

<klik voor groter en scherper>:
Laterz

24 March 2008
By on 10:26